DGA pensioen: waarom en hoe je dit zelf regelt

DGA pensioen is de pensioenvoorziening die je als directeur-grootaandeelhouder zelf opbouwt, omdat je — anders dan je werknemers — niet automatisch bent aangesloten bij een pensioenfonds. Je regelt dit meestal via lijfrentesparen vanuit je holding, wat je naast een aanvullende oudedagsvoorziening ook belastingvoordeel oplevert.

Kort samengevat

  • Als dga val je buiten de pensioenregeling van een pensioenfonds of verzekeraar en ontvang je bij pensionering alleen AOW.
  • Pensioen in eigen beheer is afgeschaft; lijfrentesparen vanuit je holding is nu de gangbare manier om zelf een voorziening op te bouwen.
  • Je bouwt dit meestal op via een lijfrente in box 1, gefinancierd met dividend uit je bv.
  • Vermogen laten staan in de bv kan ook, maar kent een ander fiscaal regime dan lijfrentesparen.
  • Een uitkering aan je nabestaanden en vrijstelling van vermogensrendementsheffing maken dit ook buiten je eigen pensioen relevant.

Wat is DGA pensioen?

Als werknemer bouw je pensioen op zonder dat je daar zelf iets voor hoeft te regelen. Je werkgever draagt premie af aan een pensioenfonds of verzekeraar. Als directeur-grootaandeelhouder val je buiten die verplichting, omdat je in de kern je eigen werkgever bent. DGA pensioen is daarom niet één product, maar een verzamelnaam voor de manieren waarop je zelf, vanuit je holding, een aanvullende oudedagsvoorziening opbouwt.

In de praktijk komt dit meestal neer op sparen of beleggen in een lijfrente, gefinancierd vanuit je bv. Sommige dga's kiezen er in plaats daarvan voor om vermogen in de bv te laten staan en dat later als pensioeninkomen te gebruiken. Beide routes hebben hun eigen fiscale spelregels. Verderop in dit artikel zet ik die naast elkaar.

Waarom loop je als dga risico op een pensioengat?

Veel ondernemers stellen dit onderwerp uit met de gedachte "dat komt wel goed, ik verkoop de zaak als het zover is." Die aanname is riskanter dan ze aanvoelt. Een verkoop kan tegenvallen, uitblijven, of jaren langer duren dan gepland, en is dus geen vervanging voor een eigen voorziening.

Tot enkele jaren geleden loste een deel van de dga's dit op met pensioen in eigen beheer, waarbij de bv zelf een pensioenverplichting reserveerde. Die regeling is afgeschaft vanwege het zogeheten dividendklemprobleem: de bv kon vaak niet genoeg dividend uitkeren zonder de pensioenreserve in gevaar te brengen. Had je destijds al een pensioen in eigen beheer? Dan gelden er overgangsregels — laat dit narekenen door een adviseur.

Zonder eigen actie hou je dus bij pensionering alleen AOW over, ongeacht hoe goed je onderneming presteert. Dat besef komt bij veel ondernemers pas laat, want de dagelijkse bedrijfsvoering krijgt altijd voorrang op iets dat nog jaren weg lijkt.

Hoe bouw je DGA pensioen op vanuit je holding?

De gangbare route is lijfrentesparen of -beleggen in box 1. Je stort een deel van je inkomen in een lijfrenteproduct, en die storting trek je af van je belastbaar inkomen. Dat mag tot de grens van je jaarruimte, plus eventuele reserveringsruimte uit voorgaande jaren.

Om die storting te kunnen betalen, keert je bv doorgaans dividend uit. Over dat dividend betaal je belasting in box 2, maar per saldo hou je normaal gesproken alsnog een voordeel over ten opzichte van niets doen. Een veelgemaakte fout is dat ondernemers deze twee stappen los van elkaar bekijken. De aftrek in box 1 en de heffing in box 2 maken samen pas het volledige plaatje.

Een alternatief is vermogen opbouwen binnen de bv, zonder dat via een lijfrente te laten lopen. Dat is eenvoudiger in de uitvoering, maar kent een ander fiscaal ritme. Winst in de bv is al belast met vennootschapsbelasting voordat je er iets mee doet. Rendement dat binnen de bv blijft staan, belast de fiscus bovendien ieder jaar opnieuw. Bij een lijfrente is dat rendement tijdens de opbouwfase juist vrijgesteld.

Wat levert dit je op, naast een aanvullend pensioen?

Het directe belastingvoordeel is voor veel dga's de eerste reden om hiermee aan de slag te gaan, maar het is niet de enige. Vermogen dat je opbouwt in een lijfrente valt tijdens de opbouwfase niet in box 3, waardoor je er geen jaarlijkse vermogensrendementsheffing over betaalt. Vermogen dat in de bv blijft staan, mist dat voordeel op een andere manier: de vennootschapsbelasting raakt daar elk jaar opnieuw het behaalde rendement.

Er is ook een kant die weinig dga's vooraf overwegen: wat er gebeurt als je overlijdt voordat je met pensioen gaat. Bij een lijfrente keert het opgebouwde kapitaal doorgaans uit aan je partner of erfgenamen, vaak geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van erfbelasting. Vermogen dat in de bv is blijven staan, valt in de regel gewoon in de nalatenschap, met de bijbehorende erfbelasting.

Lijfrentesparen of bv-vermogen

Wanneer kies je voor lijfrentesparen en wanneer voor de bv?

Vergelijking van de belangrijkste fiscale kenmerken (situatie 2026)
Kenmerk Lijfrentesparen (box 1) Vermogensopbouw in de bv
Belastingaftrek bij inleg JaBinnen jaarruimte of reserveringsruimte NeeWinst is al belast met vennootschapsbelasting
Belasting over rendement tijdens opbouw Vrijgesteld Jaarlijks belast met vennootschapsbelasting
Belasting bij uitkering Belast als inkomen in box 1 Belast als dividend in box 2
Flexibiliteit Vastgezet tot pensioendatum Vrij inzetbaar voor de onderneming
Bij overlijden Uitkering aan nabestaanden, vaak vrijgesteld van erfbelasting Onderdeel van de nalatenschap

Bron: Tilstra Services, blog "DGA pensioen: waarom en hoe je dit zelf regelt".

Zoek je een gegarandeerde belastingaftrek en een voorziening die je niet per ongeluk aan iets anders uitgeeft? Dan is lijfrentesparen meestal de logische eerste stap. Zoek je liever vermogen dat je op elk moment kunt inzetten voor je onderneming, dan past vermogensopbouw in de bv beter. Veel dga's combineren beide: eerst de jaarruimte benutten, en overtollige winst daarna in de bv laten renderen.

Welke stappen zet je om dit te regelen?

Je hoeft dit niet in één keer volledig te doorgronden. De onderstaande volgorde helpt om het behapbaar te houden.

  1. Breng je huidige situatie in kaart: wat heb je al opgebouwd, en wat verwacht je alleen van AOW te ontvangen?
  2. Bepaal je beschikbare jaarruimte en reserveringsruimte, zodat je weet hoeveel je fiscaal voordelig kunt inleggen.
  3. Kies je route: lijfrentesparen, vermogensopbouw in de bv, of een combinatie die bij je onderneming past.
  4. Regel de uitvoering, inclusief de dividenduitkering die nodig is om een lijfrentestorting te financieren.
  5. Herhaal dit jaarlijks, want jaarruimte die je laat liggen, vervalt na een aantal jaren.

Conclusie: neem nu de regie over je eigen pensioen

Als dga bouw je geen pensioen op via een werkgever, dus ligt het initiatief volledig bij jou. Lijfrentesparen vanuit je holding levert doorgaans het meeste fiscale voordeel op, terwijl vermogen in de bv meer flexibiliteit geeft voor je onderneming. De juiste balans hangt af van je inkomen, je pensioendoel en de rol die je bv speelt in je totale vermogen.

Wil je weten welke route het beste bij jouw situatie past? Plan een vrijblijvende kennismaking met de pensioenspecialisten in het netwerk van Tilstra Services en breng je persoonlijke voordeel in kaart.

FAQ

Hoeveel pensioen krijg ik als dga van de AOW? Als dga bouw je geen aanvullend pensioen op via een pensioenfonds, dus ontvang je bij het bereiken van de AOW-leeftijd alleen de wettelijke AOW-uitkering. Voor de meeste dga's ligt dat een stuk lager dan het inkomen waaraan ze gewend waren tijdens hun ondernemerschap.

Is lijfrentepremie aftrekbaar voor een dga? Ja, als dga mag je lijfrentepremies aftrekken in box 1, tot het bedrag van je jaarruimte en eventuele reserveringsruimte uit eerdere jaren. Boven die grens is de premie niet langer aftrekbaar.

Wat gebeurt er met mijn lijfrente als ik overlijd? Bij overlijden keert de lijfrente meestal uit aan je partner of erfgenamen, afhankelijk van de polisvoorwaarden. Vaak is deze uitkering geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van erfbelasting, maar dit verschilt per product en situatie.

Kan ik nog pensioen in eigen beheer opbouwen als dga? Nee, pensioen in eigen beheer is sinds 2017 afgeschaft voor nieuwe opbouw. Had je toen al een pensioen in eigen beheer, dan gelden overgangsregels zoals afkoop of omzetting naar een oudedagsverplichting; laat dit narekenen door een adviseur.